
Na het volgen van diepgaande vormingen bij dr. Binu Singh en Anna Verwaal viel er opnieuw een essentieel puzzelstuk op zijn plek. De eerste 1000 dagen van ons leven vormen ons fundament. Je hebt er weliswaar geen woordelijke herinneringen aan, maar je biologische systeem vergeet niet. Je lichaam spreekt…
Als deel van een drieling werd ik in 1986 op 24 weken geboren in een wereld van medische noodzaak en chaos. Het ene moment was ik wezenlijk verbonden, het volgende moment plotseling gescheiden. Mijn broer en zus overleden kort na de geboorte aan complicaties. De immense angst, rouw, eenzaamheid en verwarring van dat prille begin werden opgeslagen in mijn lichaam.
Een broos anker en overleven op afstand
De realiteit van een pasgeborene is glashelder: baby’s reguleren hun zenuwstelsel via dat van hun ouders. Het zenuwstelsel van mijn ouders stond — volkomen begrijpelijk — in de overlevingsstand. Dit is absoluut zonder enig verwijt naar toen, want zij deden alles wat in hun vermogen lag in de onverwachte storm die ons allemaal overkwam.
Ondertussen bood de couveuse de medische tussenfase die mijn leven redde. Een couveuse is echter niet ontworpen voor emotionele bedding. Mijn prille zenuwstelsel leerde daar een harde les: ‘Liefde en nabijheid zijn tijdelijk en kun je zomaar verliezen, zonder dat je er zelf een aandeel in hebt. Je bent hier uiteindelijk alleen.’ Dit is een existentiële ervaring die niemand zou mogen meemaken, al helemaal niet omdat het verlangen naar verbinding van alle kanten zo enorm groot was.

Een echo in het moederschap
Dit onzichtbaar deel van mijn fundament nam ik onbewust mee in mijn volwassen relaties en uiteindelijk in mijn moederschap. Echt ontvangen en me onvoorwaardelijk verbinden riep onbewust een diepe angst op voor de abrupte scheiding die mijn lichaam nog altijd kende.
Hoe diep die programmering zat, werd pijnlijk duidelijk toen we ons eerste zoontje na 16 weken zwangerschap verloren. Mijn zenuwstelsel herkende de medische chaos, het functionele, en het ‘moeten’ loslaten na verbinding direct. Het schoot onmiddellijk in ‘dorsaal’ — een staat van diepe, emotionele en fysieke bevriezing. Mijn lichaam deed precies wat het destijds in de couveuse had geleerd om te overleven: zich volledig afsluiten om de onverdraaglijke pijn niet te hoeven voelen.
Achteraf gezien was het een intense uitnodiging om bewuster te worden… Toen ons tweede kindje gezond ter wereld kwam, mocht ik opnieuw de dans aangaan tussen mijn geschiedenis en het hier en nu.
Het snijvlak van herinnering en ruim 19 jaar expertise
Gelukkig staat de tijd niet stil. Vandaag kijk ik met mildheid naar mijn eigen overlevingsmechanismen. Mijn lichaam probeerde me destijds te beschermen. Na een intens proces van integratie is er ruimte ontstaan. Ruimte om te ‘oefenen’ in ontvangen, en ruimte om de mensen om me heen voluit lief te hebben.
Eigenlijk is er meer ontstaan. Waar mijn persoonlijke geschiedenis en mijn professionele gelaagdheid als sociaal werker en therapeut samenkomen, is een vurige bevlogenheid geboren. Inmiddels sta ik ruim 19 jaar in het werkveld. Vanuit deze rol zie ik de unieke kans om een betekenisvolle brug te slaan.
Omdat ik zowel de preverbale taal van de extreem premature baby doorleef, als de rauwe pijn van een ouder met zwangerschapsverlies, neem ik beide perspectieven feilloos mee in mijn professionele ‘zijn’.
Walk the talk: het spreekt voor zich dat ik zorg draag voor mijn eigen proces, zodat ik op mijn beurt, vanuit die gedragenheid, vanuit dat ontvangen, zorg kan dragen voor anderen.
Ik weet als geen ander hoe we, dwars door de barrière van de medische setting heen, de hartsverbinding weer kunnen laten stromen.
Het ‘andere gesprek’ op de NICU en daarbuiten
Ik zie met zoveel warmte hoe de medische wereld meebeweegt. Er wordt vandaag de dag prachtig ingezet op ‘Family Centered Care’. Ouders worden steeds meer gezien als de meest onmisbare schakel in de zorg. Dat verhindert echter niet dat een NICU-opname voor velen een traumatische ontregeling blijft voor ‘het zenuwstelsel van het hele gezin en sociale context’. En precies daar ligt mijn verlangen.
Ik kijk ernaar uit om begeleiders en NICU-teams te ondersteunen in het voeren van ‘het andere gesprek’. Gesprekken dat voorbij de — uiteraard onmisbare — medische handelingen gaan, en volop inzetten op ruimte voor co-regulatie, trauma-sensitieve zorg en het fijngevoelig afstemmen van zenuwstelsels.
Want de formule is simpel, doch urgent: Ouders kunnen hun baby pas dragen als zij eerst zelf gedragen worden.
Samen bewegen in mogelijkheden
Mijn doel is niet om kritiek te uiten op hoe het vroeger was; ik ga ervan uit dat iedereen naar best vermogen en met de kennis van toen handelde. Mijn doel is puur voelend en denkend te bewegen in de kansen van vandaag. Hoe krachtig zou het zijn als we de vitale medische zorg nog dieper verweven met zachte zorg voor het zenuwstelsel van prille ouders en hun baby?
Zodat ouders in die ‘andere gesprekken’ de ruimte krijgen om eerst zelf gezien en ontvangen te worden, en vanuit die rust een ware, veilige haven voor hun baby kunnen vormen.
Ik voel aan alles dat het tijd is om de krachten te bundelen. Om teams te inspireren richting (nog) meer ‘veilige’ verbinding en gedragenheid — voor de ouders, voor de kinderen, én voor de zorgprofessionals zelf. Dat En-En verhaal wil ik zielsgraag mee faciliteren.
Samen voor een (letterlijk en figuurlijk) meer verbonden en gedragen zorg.
Santé, op het volle, rijke en gelaagde leven! 🥂
💬 Ik ben heel benieuwd naar de visie van zorgprofessionals, artsen, neonatologie-verpleegkundigen en beleidsmakers: hoe kijken jullie naar deze verbinding tussen medische en zachte zorg? Waar liggen volgens jullie kansen voor de toekomst? Laat je reactie achter onder deze blog of neem contact op voor verdere uitwisseling.




